Lisinopril innemen: dosering, hoest en wanneer het niet mag

Lisinopril is een ACE-remmer voor hoge bloeddruk, hartfalen, de eerste weken na een hartinfarct en beginnende nierschade bij diabetes type 2 met hoge bloeddruk. U leest hier hoe het werkt, welke doseringen de productinformatie noemt, waarom het hoest kan geven en wanneer u het niet mag gebruiken. Lisinopril gebruikt u onder begeleiding van een arts, met controles van bloeddruk, nierfunctie en kalium.

Hoe lisinopril werkt

Lisinopril remt het angiotensine-converterend enzym (ACE), waardoor er minder van het vaatvernauwende angiotensine II ontstaat. De bloedvaten trekken minder samen en de bijnier maakt minder aldosteron aan, wat het kaliumgehalte in het bloed kan laten stijgen (SmPC, rubriek 5.1). Of een dosis voldoende werkt, wordt na enkele weken beoordeeld: volgens de SmPC kan de dosis omhoog als het gewenste effect na twee tot vier weken uitblijft.

Anders dan perindopril, dat in het lichaam eerst wordt omgezet, is lisinopril zelf werkzaam. Het wordt niet afgebroken en verlaat het lichaam onveranderd via de nieren (rubriek 5.2); bij een verminderde nierfunctie is de dosis daarom lager. Voedsel heeft geen invloed op de opname.

Toepassingen, sterktes en vormen

De SmPC van Lisinopril Teva noemt vier toepassingen: hoge bloeddruk, hartfalen met klachten, een behandeling van zes weken die binnen 24 uur na een acuut hartinfarct begint bij mensen met een stabiele bloedsomloop, en nierziekte bij mensen met hoge bloeddruk, diabetes type 2 en beginnende nefropathie. Bij kinderen van 6 tot 16 jaar met hoge bloeddruk is de ervaring beperkt en hangt de dosis af van het gewicht; onder de 6 jaar wordt lisinopril niet aanbevolen.

In de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG staan tabletten van 2,5, 5, 10, 20, 30 en 40 mg en een drank met 1 mg per ml. Alle producten met alleen lisinopril dragen de stofnaam in hun productnaam en hebben de afleverstatus UR, uitsluitend recept. Er is ook een combinatietablet met de plaspil hydrochloorthiazide, eveneens op recept. Een overzicht van andere bloeddrukverlagers staat op de pagina over hart en bloeddruk.

Dosering volgens de productinformatie

De arts kiest de dosis op basis van uw bloeddruk, nierfunctie en andere medicijnen; wat voor u geldt, staat op het etiket. De tabel volgt rubriek 4.2 van de SmPC van Lisinopril Teva en gaat over volwassenen. Kan een plaspil tijdelijk worden gestopt, dan gebeurt dat waar mogelijk twee tot drie dagen vóór de eerste tablet lisinopril.

Bij een verminderde nierfunctie is de startdosis lager: 5 tot 10 mg bij een creatinineklaring van 31 tot 80 ml/min, 2,5 tot 5 mg bij 10 tot 30 ml/min en 2,5 mg daaronder of bij dialyse. De dosis kan daarna stijgen tot de bloeddruk onder controle is, met een maximum van 40 mg per dag.

SituatieStartdosisDaarna
Hoge bloeddruk10 mg eenmaal per dag; 2,5 tot 5 mg bij een sterk geactiveerd renine-angiotensinesysteemMeestal 20 mg eenmaal per dag
Hoge bloeddruk met een plaspil die niet kan worden gestopt5 mg eenmaal per dagOp geleide van de bloeddruk, met controle van nierfunctie en kalium
Hartfalen2,5 mg eenmaal per dag, onder medisch toezichtStappen van hoogstens 10 mg, minstens 2 weken ertussen, tot maximaal 35 mg per dag
Nierziekte bij diabetes type 2 met hoge bloeddruk10 mg eenmaal per dagZo nodig 20 mg eenmaal per dag
Na een acuut hartinfarct5 mg, na 24 uur 5 mg, na 48 uur 10 mg10 mg eenmaal per dag, 6 weken lang

Inname en een vergeten tablet

Neem lisinopril eenmaal per dag in, elke dag rond hetzelfde tijdstip, met een glas water. Volgens de bijsluiter kan dat vóór, tijdens of na de maaltijd. De tabletten van 5, 10 en 20 mg van Lisinopril Teva mogen in gelijke delen worden verdeeld. Bent u een tablet vergeten, neem dan geen dubbele dosis om die in te halen. Stop niet, ook niet als u zich goed voelt, tenzij uw arts dat adviseert: een te hoge bloeddruk merkt u meestal niet (Thuisarts).

Hoest en andere bijwerkingen

In de SmPC staan als vaak, bij 1 tot 10 op de 100 gebruikers: duizeligheid, hoofdpijn, een bloeddrukdaling bij het opstaan, hoest, diarree, braken en een verminderde nierfunctie. Typerend voor hoest door een ACE-remmer is dat hij droog en aanhoudend is en na het stoppen verdwijnt; rubriek 4.4 noemt het middel daarom als mogelijke oorzaak bij onverklaarde hoest. Bespreek het met de arts die het voorschrijft voordat u iets verandert.

Als soms worden onder meer genoemd: hartkloppingen, stemmingswisselingen, tintelingen, draaierigheid, smaak- en slaapstoornissen, misselijkheid, buikpijn, huiduitslag, jeuk, impotentie, moeheid en een te hoog kalium. Zelden zijn netelroos, haaruitval, borstvorming bij mannen en een te laag natrium beschreven. De bijsluiter noemt duizeligheid door te snel opstaan; sta daarom rustig op, zeker in het begin en als u ook een plaspil gebruikt.

Zwelling en andere alarmsignalen

Zwelling van gezicht, lippen, tong, keel of strottenhoofd (angio-oedeem) is in de SmPC als soms ingedeeld en kan op elk moment tijdens de behandeling ontstaan. Zwelt de tong of keel op, dan kan de ademweg worden afgesloten: bel 112. Na zo'n reactie op een ACE-remmer mag u lisinopril niet meer gebruiken. Zeer zelden geeft angio-oedeem in de darm buikpijn.

Bel ook 112 bij pijn op de borst, een verlamde arm of been, een scheve mond of als u plotseling niet goed kunt praten (Thuisarts). Neem zo snel mogelijk contact op met een arts bij:

  • geel worden van huid of ogen
  • koorts, keelpijn of andere tekenen van infectie, zeker bij een bindweefselziekte of bij afweeronderdrukkers, allopurinol of procaïnamide
  • een uitgebreide huidreactie met blaren of loslatende huid
  • veel minder plassen dan normaal
  • een bovendruk onder de 90: bel dan dezelfde dag uw huisarts of de huisartsen-spoedpost

Wanneer lisinopril niet mag

Tijdens de zwangerschap wordt niet met een ACE-remmer begonnen en in het eerste trimester wordt lisinopril afgeraden; bij borstvoeding wordt het niet aanbevolen. Extra voorzichtigheid geldt bij een vernauwde aorta- of mitralisklep, een verdikte hartspier, een vernauwing van de nierslagaders en dialyse met bepaalde membranen. Na een recente niertransplantatie wordt lisinopril niet geadviseerd. Volgens rubriek 4.3 van de SmPC is lisinopril gecontra-indiceerd bij:

  • overgevoeligheid voor lisinopril, een andere ACE-remmer of een hulpstof
  • angio-oedeem bij eerder gebruik van een ACE-remmer, en erfelijk of idiopathisch angio-oedeem
  • het tweede en derde trimester van de zwangerschap
  • diabetes of een verminderde nierfunctie (GFR onder 60 ml/min/1,73 m²) in combinatie met aliskiren
  • sacubitril/valsartan: lisinopril mag pas 36 uur na de laatste dosis daarvan beginnen

Wisselwerkingen

Noem bij de aanvraag en in de apotheek alle middelen die u gebruikt, ook zelfzorgmiddelen. Volgens de SmPC kan lisinopril wel samen met acetylsalicylzuur in een dosering voor hart en vaten, bètablokkers en nitraten worden gebruikt. Aandacht vragen onder meer:

  • plaspillen: het bloeddrukverlagende effect wordt sterker; wie al een plaspil gebruikt, kan bij de eerste dosis lisinopril een sterke bloeddrukdaling krijgen
  • kaliumsparende plaspillen (spironolacton, triamtereen, amiloride), kaliumsupplementen, kaliumhoudende zoutvervangers, trimethoprim, co-trimoxazol, ciclosporine en heparine: een te hoog kalium
  • lithium: kans op lithiumvergiftiging, die een thiazideplaspil nog kan versterken
  • NSAID's zoals ibuprofen, naproxen en diclofenac, en acetylsalicylzuur vanaf 3 gram per dag: minder bloeddrukdaling, meer kalium en een slechtere nierfunctie
  • sacubitril/valsartan (niet samen gebruiken), racecadotril, mTOR-remmers zoals sirolimus en everolimus, en vildagliptine: meer kans op angio-oedeem
  • insuline en bloedsuikerverlagende tabletten: kans op een te lage bloedsuiker, vooral in de eerste weken
  • goudinjecties (natriumaurothiomalaat): blozen, misselijkheid, duizeligheid en een bloeddrukdaling

Controles bij de huisarts

Volgens Thuisarts bespreekt u ongeveer drie weken na de start met de huisarts of praktijkondersteuner hoe het gaat; bij ACE-remmers volgt soms een bloedcontrole na de start of na een hogere dosis, en één keer per jaar komt uw risico op hart- en vaatziekten aan bod. Bij een verminderde nierfunctie horen volgens de SmPC regelmatige controles van kalium en creatinine, en bij diabetes een nauwkeurige controle van de bloedsuiker in de eerste maand. Krijgt u bij nierschade, diabetes of hartfalen hoge koorts, veel diarree of moet u veel overgeven, neem dan contact op met uw huisarts.

Lisinopril via een herhaalrecept

Bij een lopende behandeling met lisinopril kunt u een herhaalrecept online laten beoordelen. U vult een medische vragenlijst in, die ook vraagt welke medicijnen u nu gebruikt. Damian Wojno, arts ingeschreven in Polen (PWZ-nummer 3211301), beoordeelt de aanvraag. Heeft de arts vragen, dan stelt hij die schriftelijk in de chat in uw account. Daar kan hij ook om een medicatieoverzicht van de apotheek of om recente uitslagen van nierfunctie en kalium vragen, die u via dezelfde chat stuurt.

Bij nieuwe klachten, een bloeddruk die niet goed is ingesteld of ontbrekende controles kan de arts de aanvraag afwijzen of u naar uw huisarts verwijzen. Ook bij een eerste start met lisinopril bekijkt hij of een beoordeling op afstand volstaat. De jaarlijkse controle bij de huisarts blijft nodig. Na een positieve beoordeling schrijft de arts het recept uit. U ontvangt het recept als pdf per e-mail. Of het medicijn wordt meegegeven, beslist de apotheker.

Wat kost het?

Of het medicijn wordt vergoed, hangt af van het medicijn en van uw zorgverzekering. Vraag het uw apotheek of zorgverzekeraar. U betaalt deze beoordeling zelf; wij declareren niet bij uw zorgverzekeraar. Wat de beoordeling kost, ziet u bij de knop waarmee u een aanvraag begint.

Kan ik lisinopril 's avonds innemen?

Ja. De SmPC vraagt alleen om eenmaal per dag op ongeveer hetzelfde tijdstip, en voedsel heeft geen invloed op de opname, dus een vast moment in de avond kan ook. Kies een tijd die u makkelijk volhoudt. Wilt u van tijdstip wisselen, vraag dan uw apotheker hoe u de overgang het beste maakt.

Wat is het verschil tussen lisinopril en enalapril?

Beide zijn ACE-remmers met hetzelfde werkingsmechanisme. Enalapril wordt in het lichaam omgezet in enalaprilaat, terwijl lisinopril zelf werkt en onveranderd via de nieren wordt uitgescheiden. Volgens de SmPC van Renitec wordt enalapril bij hoge bloeddruk eenmaal per dag gegeven en bij hartfalen soms in twee doses, lisinopril steeds eenmaal per dag. Ook de goedgekeurde toepassingen verschillen deels. Overstappen gaat alleen via een arts; meer leest u op de pagina over enalapril.

Mag ik een zoutvervanger gebruiken bij lisinopril?

Niet zonder overleg. Volgens de SmPC kunnen zoutvervangers met kalium samen met lisinopril het kalium in het bloed flink laten stijgen, vooral bij een verminderde nierfunctie of naast een kaliumsparende plaspil. Kijk op het etiket of er kalium in zit en vraag uw apotheker om advies.

Mag ik lisinopril gebruiken als ik zwanger ben of borstvoeding geef?

Tijdens zwangerschap en borstvoeding is lisinopril geen goede keuze. In het tweede en derde trimester is het gecontra-indiceerd, omdat het de nierfunctie van het ongeboren kind kan verminderen, de hoeveelheid vruchtwater kan verlagen en de schedelverharding kan vertragen; in het eerste trimester wordt het afgeraden. Bij borstvoeding heeft een middel met een bekend veiligheidsprofiel de voorkeur. Plant u een zwangerschap of bent u zwanger, neem dan contact op met uw arts.

Hoeveel lisinopril krijg ik mee van de apotheek?

Dat bepaalt de apotheker volgens de Nederlandse regels. Volgens de Rijksoverheid krijgt u bij het eerste gebruik van een medicijn meestal een recept voor hoogstens 15 dagen en bij langdurig gebruik doorgaans voor 3 maanden; dat is de praktijk van artsen, geen wettelijke termijn. Hoeveel u per keer meekrijgt, kan dus afwijken van wat u gewend bent.